09 Bezoek CvdK Raamsdonk

Gemeente Raamsdonk door de ogen van de Commissaris van de Koningin - nummer 09

 2 september 2020

Van 1896 t/m 1925 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin (CvdK) in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij een dagboek bij, vol smeuïge details en boeiende observaties, die een unieke inkijk geven op zijn verhouding tot het lokale bestuur zo’n eeuw geleden. Deze aflevering gaat over zijn bezoeken aan de toenmalige gemeente Raamsdonk.

Op 31 juli 1896 vond zijn eerste bezoek aan de gemeente Raamsdonk plaats. Hij arriveerde bij de woning van burgemeester mr. Heere in Raamsdonksveer om op diens voorstel bij hem te ontbijten.  “Behalve zijne echtgenoote en hun eenig kind, een doofstom 8-jarig meisje, trof ik den gemeentesecretaris en een wethouder. Onder het ontbijt voerde de harmonie een paar nummers uit. Na afloop reden mijn ambtenaar en de gemeentesecretaris in mijn rijtuig naar het Raadhuis, dat te Raamsdonk staat. Ik volgde met den burgemeester en de Wethouder Van Laarhoven in het rijtuig van den burgemeester. Op het raadhuis te Raamsdonk vond ik de leden van den gemeenteraad; later kwamen nog de pastoors van Raamsdonk en Raamsdonksveer hunne opwachting maken; op de audiëntie verscheen verder niemand. Mr. Heere, die sinds 1870 Burgemeester is, schijnt voor die betrekking te willen bedanken. Ik vroeg hem, zowel in een toast te zijnen huize, als later ten aanhoore van de geheelen gemeenteraad, dat hij toch niet weg zou gaan. Ik geloof dat ik hem van zijn voornemen, om met 1 Januari 1897 heen te gaan, heb teruggebracht.”

Tijdens zijn bezoek op 14 oktober 1901 constateert de CvdK dat Raamsdonksveer sterk floreert. “De bevolking gaat er sterk op vooruit; Raamsdonk heeft een boerenbevolking, die blijft wat ze was; ze gaat zeker niet vooruit. Er zijn vele armen in de gemeente; gelukkig zijn er ook nogal fondsen. De Algemeene Armen bedeelt jaarlijks voor ƒ 9000, Vincentius voor ƒ 2000. De Hervormde Diaconie voor ƒ 3000. De paardenmarkt in November is zeer belangrijk; de overige markten beteekenen niet veel.  De secretaris van Raamsdonk is ongehuwd; hij verbeeldt zich sinds een paar jaar dat hij ziek is en niet loopen kan. Hij laat zich met een rijtuig naar het Raadhuis rijden; hij gaat zelfs per rijtuig naar de kerk. Wethouder Van Laarhoven maakte een aangenamen indruk; Wethouder Kamp is een echte boer.”

Op 28 april 1905 kwam Van Voorst tot Voorst per trein aan in Raamsdonk. Op dat moment telde Raamsdonk 1500 inwoners en Raamsdonksveer 4500. Hij moet concluderen dat ‘Spaarzaamheid niet precies een deugd is van de ingezeten.’ Ook bij zijn bezoek op 30 maart 1909 arriveerde de CvdK wederom per trein. “Wethouder Van Laarhoven wordt oud; Wethouder Kamp, een echte boer, die erbij zit en zich niet in het gesprek mengt, leek sterk misbruik te maken van sterken drank. De burgemeester klaagt over zijne twee veldwachters; zowel uit de kom als uit ’t Veer. Beide voeren niet veel uit, beide drinken, vooral die van ’t Veer. Toen ik de gemeente verliet had ik de gelegenheid bij het instappen van mijn rijtuig den veldwachter uit het Veer een standje te maken, omdat hij zoo naar drank stonk. Ik zeide hem, dat het gelukkig voor hem was, dat hij mij niet als burgemeester had, want dat ik het hem dan wel zou leeren. B&W klaagden bitter over de electrische centrale. Die was, om een weddenschap te winnen van 17 flessen champagne, binnen 70 dagen gebouwd. De deugdelijkheid had onder al die haast wel geleden; zoo had men er niet op gerekend dat er wel eens hoog water was en had men dientengevolge reeds driemaal geen licht gehad doordat de boel onder water stond. Door concurrente van de doctoren kan de vroedvrouw het niet volhouden en heeft ze, niettegenstaande ƒ 450 salaris van de gemeente, Raamsdonk verlaten. Er zijn vier doctoren: Gutteling, van der Wiel, Quirijns en Lips; alleen Lips is Roomsch. B & W betreuren het dat de Katholieken geen strijdbare voormannen hebben. Die er zijn hebben grote zaken en kunnen zich voor de gemeente niet beschikbaar stellen. De Protestanten beschikken over een groot aantal zeer geschikte krachten. De Volkshuisvesting laat veel te wenschen over. Heb aangeraden eene vereeniging volgens de Woningwet daarvoor op te richten. Maar ook daarvoor heeft men weer geen menschen; althans geen Katholieken en aan Protestanten laat men het niet gaarne over.” De toestand van armen en de gezondheidszorg komen in elk verslag van de baron voor. De zedelijkheid is duidelijk belangrijk voor Van Voorst tot Voorst; zo maakt hij zich druk over het aantal ‘moetjes’ en gedwongen huwelijken als gevolg van zwangerschap. Met zijn werkbezoeken leverde de CvdK op geheel eigen wijze een bijdrage aan de kwaliteit van de provincie in die dagen.

Tekst: Jan Hoek

Bronnen: BHIC.nl

Foto Raadhuis: Raamsdonks Historie.

© 2020 Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe
Locatie 9 Websitebouw