RAAMSDONK – Op 2 augustus van dit jaar hoopt Toos Van Dongen-Van Amelsvoort 100 jaar te worden. Tijd voor een interview met een bijzondere vrouw die tegenwoordig nog geheel zelfstandig in een seniorenwoning in de Leo Hoeve woont. Toos is dochter van Bertus van Amelsvoort en Cor van Strien. Die voeren aanvankelijk op een zetschuit en kochten in 1925 een Kempenaar dat ze de naam ‘Diad’ gaven, genoemd naar de voorletters van hun beide ouders. Dat binnenvaartschip zou tijdens de Tweede Wereldoorlog nog een spraakmakende rol spelen. Het geheugen heeft de 99-jarige duidelijk nog niet in de steek gelaten. Ze vertelt onder meer over haar tijd op de kostschool, de oorlogstijd, haar huwelijk met de op 26 december 1921 geboren Koos van Dongen, het leven op de boerderij en de verkaveling in Raamsdonk. Op de plaats waar ze samen met haar echtgenoot een boerderij had, staat sinds 1971 de R.K.-basisschool De Hoge Waai.

Door Jan Hoek
In het paspoort van de Raamsdonkse Catharina (Toos) van Amelsvoort staat dat zij geboren is in Antwerpen. Zij legt uit: “Na het huwelijk van mijn ouders zijn ze binnenvaartschippers geworden. Ik ben een van de zes kinderen die al varende zijn geboren; ikzelf in Antwerpen en mijn broers en zussen in achtereenvolgens Heemstede, Breda, Budel, Dordrecht en Duisburg. Als gezin vervoerden we kolen, veelal op de Rijn, maar ook wel in België. Op 8-jarige leeftijd moest ik naar de kostschool in Zevenbergschenhoek. Dat heeft me veel tranen gekost; je mocht maar eens in de drie maanden naar huis. Als het schip van mijn ouders ergens ver weg lag, dan moest ik met de trein naar opoe Van Strien in Raamsdonk. Op de kostschool heb ik in die vier jaar tijd wel veel geleerd en was ik op 12-jarige leeftijd al redelijk zelfstandig. Na de kostschool ben ik weer gaan meevaren aan boord van de ‘Diad’.” Daardoor maakte ik al varend ook het begin van de Tweede Wereldoorlog mee. “Toen de oorlog begon lagen we met ons schip in Duitsland. Het vervoer van kolen ging aanvankelijk gewoon door, er moest nou eenmaal geld verdiend worden, en vaak lagen we in Keulen of Düsseldorf. Op 14 mei 1940 lagen we aangemeerd in Weurt en zagen we heel veel vliegtuigen in de lucht. Niet veel later bleek dat die onderweg waren naar Rotterdam om die stad te bombarderen. Later lagen we ook in Rotterdam en zagen van af ons schip welke verwoestingen de Duitsers hadden aangericht. Op m’n 15e ben ik gaan helpen in de manufacturenwinkel van Janske Niessen, gelegen aan de Kerkstraat 1 in Raamsdonk. Janske was de moeder van Frits Niessen, het latere Tweede Kamerlid. Haar man Nelles Niessen had een kolenhandel. Toen ome Nelles op 33-jarige leeftijd overleed, bleef tante Janske achter met twee kleine kinderen, de winkel én de kolenhandel. Met mijn hulp kon Janske het bedrijf draaiende houden. We verkochten niet alleen manufacturen, maar ook kokosmatten en zeilen; zwaar werk, omdat die op maat gesneden en uitgelegd moesten worden. Daarnaast verkochten we werkkleding zoals manchester-broeken en -jasjes en overalls. Voor de voorraad daarvan fietste ik regelmatig op de fiets naar de groothandel in Made. Naast het werk in de winkel en de kolenhandel, hielp ik ook mee in het huishouden en met de zorg van de kinderen van tante Janske. Na zestien jaar ben ik vanuit de Kerkstraat 1, dat al die jaren mijn thuis was, getrouwd.”

Havenblokkade
In september 1944 lagen er zo’n 80 binnenvaartschepen in de Kerkvaartse-haven in Waspik, waaronder de Kempenaar van de familie Van Amelsvoort. Toos vertelt daarover: “Alle eigenaren van de schepen moesten van boord van de Duisters, die de schepen wilde gebruiken om te vluchten. Om te voorkomen dat de schepen in Duitse handen zouden vallen, heeft de Waspikse Verzetsgroep André onder leiding van Jan Strenge, waar later nog een brug in dat dorp is genoemd, in de nacht van 27 op 28 oktober 1944 aan de uitgang van de haven een paar schepen laten zinken om zo een havenblokkade te maken; één van die schepen was onze Kempenaar ‘Diad’. Mijn vader is toen in paniek naar de haven gegaan; hij wist van niets. Na de oorlog is het schip op de Waspikse scheepswerf van Ruijtenberg gerepareerd. Mijn ouders hebben nooit iets vergoed gekregen.
Eind oktober werd het voor ons te gevaarlijk in Raamsdonk. Zeker toen de Duitsers dreigden de toren van de nabijgelegen Sint Bavo-kerk op te blazen. We hoorden later dat pastoor Van Herpt dat had weten te voorkomen. We zijn te voet dwars door de weilanden naar familie in Oosteind gevlucht en hoorden pas later over de zware tankslag bij de Lambertuskerk. Nadat Raamsdonk eind oktober 1944 bevrijd was, zaten de Duisters nog aan de andere kant van de Bergse Maas. Tot de bevrijding op 5 mei sliepen we in ons huis niet meer boven, maar in de kelder.”

Ruilverkaveling
Toos van Amelsvoort kreeg op 25-jarige leeftijd verkering met Jacobus Petrus ‘Koos’ van Dongen. “Ook toen waren er geen woningen genoeg. Koos woonde op de boerderij van zijn ouders Rien van Dongen en Jo Proost. Ik ben pas op mijn 31e getrouwd. We gingen wonen aan de Kerkstraat in het huis waar nu Piet van Dongen, de koster van de St. Bavokerk, woont. Toen Koos het melkbedrijf van zijn ouders had overgenomen, zijn we daar gaan wonen. We zijn op 10 april 1956 getrouwd in de St. Bavokerk en hadden ’s avonds feest in het aan de Kerkstraat gelegen café Hof van Holland, nu café De Schipper. We zijn op dezelfde dag getrouwd als Nico, een broer van Koos, die met Ad trouwde. Koos en ik kregen acht kinderen, waarvan er één als baby is gestorven. Onze boerderij lag op een hoger stuk weiland dat de Hoge Waai werd genoemd en tegenover het klooster stond, wat nu het Ontmoetingscentrum is. Het was een echte Langstraat-boerderij dat schuin en achterstevoren aan het Kerkplein stond. Na een ruilverkaveling zijn we in 1966 naar een nieuwe gebouwde boerderij aan de Werfkampenseweg verhuisd, waar toen vijf boerderijen zijn gebouwd. Op de plaats van onze gesloopte boerderij is toen de huidige basisschool gebouwd. Aan de Werfkampenseweg hadden we een akkerbouwbedrijf. In 1996 heeft onze zoon Frank de boerderij overgenomen en heeft dat in de loop der tijd omgebouwd tot een akkerbouw- en pluimveebedrijf. Na de overname hebben wij drie jaar gewoond aan de Molenstraat. Echtgenoot Koos had altijd gezegd dat als een bepaald huis aan de Kerkstraat vrij zou komen, hij daar graag zou willen wonen. Toen dat huis vrijkwam zijn we daar inderdaad gaan wonen; daar is Koos op 7 februari 2007 overleden. Zo’n dertien jaar geleden ben ik verhuisd naar een appartement in de Leo-Hoeve, op nog geen honderd meter van de plaats waar vroeger onze boerderij stond. Ik kijk terug op een mooie tijd met mijn gezin, waarvan de kinderen het allemaal hartstikke goed doen. Wat kan je als moeder nou meer wensen.”
(De afbeeldingen in dit artikel zijn opgenomen ter illustratie van het artikel en vallen onder het citaatrecht conform art. 15a Auteurswet.)


