11 Lodewijk napoleon

Bezoek koning Lodewijk Napoleon aan Geertruidenberg     nummer 11 – 7 oktober 2020

In 1798 werd de Staatsregeling voor het Bataafse volk aangenomen. Een jaar later kwam Napoleon in Frankrijk via een staatsgreep aan de macht, In 1804 kroonde de legerbevelhebber zichzelf in de Notre-Dame in Parijs, in aanwezigheid van paus Pius VII, tot keizer. Met deze kroning verhoogde hij zijn status; zijn ambitie was vanaf het begin duidelijk: te heersen over Europa en ver daarbuiten. Onder leiding van de door keizer Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpennick, was de stabiliteit, althans volgens de keizer, ver te zoeken. Al na een jaar zette hij het staatshoofd opzij en benoemde hij zijn broer Louis Napoleon tot (eerste) koning van het Koninkrijk Holland. De koning, die zijn naam had veranderd in het meer Nederlands klinkende Lodewijk, wilde zijn land beter leren kennen en op 19 maart 1809 werd formeel bekend gemaakt dat Lodewijk Napoleon de departementen Brabant en Zeeland met een bezoek komen vereren. De dorpen Tilburg, Roosendaal en Oosterhout werden tijdens die reis tot stad verheven.

Een belangrijk thema tijdens de zeven weken durende inspectiereis door Brabant en Zeeland vormde de teruggave van de voormalige katholieke kerken. De basis hiervoor was de Staatregeling voor het Bataafse Volk van 1 mei 1798 ofwel de eerste Grondwet met democratisch bestel. Voor het eerst was er sprake van een eenheidsstaat, van burgerrechten en -plichten, en van een gekozen volksvertegenwoordiging. Uitgangspunt was de gelijkheid van alle burgers, ongeacht geboorte, bezitting of rang. Daarmee legden de patriotten de wortels van onze huidige parlementaire democratie. Een belangrijk onderdeel van de Staatsregeling was dat het Katholieke geloof, dat sinds 1648 nog slechts in het geheim mocht worden beleden, weer in het openbaar geuit mocht worden. De grootste geloofsgemeenschap had recht op de voormalige parochiekerk. Zo eisten de Raamsdonkse katholieken op 18 september 1798 de oude St. Lambertuskerk van de protestanten terug. Daarover werd geprocedeerd met als uitslag dat de protestanten de kerk mochten behouden, maar daarvoor wel 7000 gulden aan de katholieken dienden te betalen.

Lodewijk Napoleon was voor de Nederlanders een goede koning. Die sympathie had hij verworven door zich werkelijk voor zijn onderdanen te interesseren. Hij weigerde zich als een soort zetbaas van zijn broer te laten gebruiken, iets wat hem later zijn koningschap zou kosten. Hij leerde zelfs Nederlands spreken, al was het gebrekkig. Tijdens een van zijn redevoeringen zou hij het volk hebben toegeroepen: ‘Iek ben uw konijn!’ De (1.443) inwoners van Geertruidenberg, werden middels publicaties op de hoogte gebracht van het komende bezoek van de koning en werden vriendelijk doch dringend gelast ‘de straten schoon te maken en tijdens de aanwezigheid van de koning op gepaste wijze hun vreugde en blijdschap kenbaar te maken’. Voor het logies van de koning viel de keus op het huis van weduwe Schattelijn. In de stad werd rondgekeken wie van de bewoners voor het tijdelijke onderkomen van de koning geschikt meubilair had om te lenen. Timmerman Jan Soeremans kreeg de opdracht vier erebogen te maken. Op 24 mei 1809 arriveerde in de voormiddag kwartiermeester Baron van Asbeck, de prefect van het Koninklijk Huis, om te controleren of de slaapplaatsen in orde waren. Om acht uur ’s avonds meldden koeriers dat de koning en zijn uit dertig personen tellende gevolg, begeleidt door zijn lijfwacht, bestaande uit 60 huzaren, in aantocht was. Het gemeentebestuur spoedde zich naar het pontveer over de Donge, terwijl militairen en gewapende burgerwacht zich hadden opgesteld langs de route.  Namens de gemeenteraad overhandigde president J. Wessels de sleutel van de stad. Na wat plechtigheden en een uitgebreid diner ging de koning volgens verslagen om half een ’s nachts in De Schattelijn naar zijn voor hem aangepaste slaapkamer.

De volgende morgen voor zeven uur ging de gemeenteraad op audiëntie, waarbij tal van zaken en wensen werden besproken. Vervolgens bezocht Lodewijk Napoleon onder andere de fortificaties, het arsenaal, het weeshuis, de kerken, een zalmrokerij en de zalmvissers en de hoedefabriek van de firma Smolders. Daar werd de koning een steek aangeboden. Een later aangebrachte steen in de gevel van het pand Markt 1 herinnert nog aan het koninklijke bezoek. Het bezoek leverde een fiks aantal voordelen op. Zo werd de pacht van de zalmvisserij voor een termijn van zes jaar met 6.000 gulden verminderd. De katholieke kerk kreeg 5.000 gulden en de hervormde kerk 2.000 gulden, voor het herstel van het kerkorgel en het aflossen van schulden. Bij het afscheid betuigde de koning dat hij de stad er goed uit vond zien en dat deze goed werd bestuurd. Lodewijk Napoleon was een geziene koning. Dat zinde zijn broer keizer Napoleon geenszins. “Een koning moet niet gezien zijn, maar gevreesd’, kreeg hij van zijn broer te horen. Met andere woorden: Hij kwam te veel op voor zijn onderdanen en te weinig voor de Franse belangen. In zijn memoires schreef keizer Napoleon over zijn broer: “(…) Hij heeft een heldere geest en is niet onaardig; maar een man met zijn karakter kan veel stommiteiten uithalen en veel schade toebrengen.” In 1810 lijfde de keizer Nederland bij Frankrijk in; Lodewijk moest in juli van dat jaar zijn post opgeven.

Tekst: Jan Hoek

Bronnen: Boek ‘Leve de koning! Van Hans van den Eeden 2009/2019’

De Dongebode nr. 1-1999, tekst Anne van den Berg-Ter Schure

© 2020 Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe
Locatie 9 Websitebouw