De gedempte haven van Raamsdonksveer nummer 19 - 3 februari 2021
‘Kruideniersmentaliteit en weinig historisch besef’, stelde journalist Sjoerd Marcelissen onlangs in BNdeStem. Hij reageerde in zijn artikel over de oeverloze discussies in de gemeenteraad over het terugbrengen van (een deel van het) water in de in 1971 gedempte haven van Raamsdonksveer. Voor voormalig gemeentebode Piet Vissers † was het dempen van de haven de grootste blunder die ze in Raamsdonksveer hebben gemaakt. Hij vertelde daarover: “Die gaf ons dorp zijn eigen charme, een bepaalde sfeer. Die beroepsvaart die daar aanlegde; er was altijd sfeer. Ik weet ook wel dat de haven voor de huidige scheepvaart niet te gebruiken zou zijn, maar die had wel een andere bestemming kunnen krijgen, bijvoorbeeld als jachthaven. Daar heerst altijd bedrijvigheid en gezelligheid. Bovendien zou dat een goede zaak zijn geweest voor de middenstand en de horeca.” Zeker niet iedereen was het daarmee eens, want door het vieze water, de stank en de ratten die er zwommen waren tal van omwonenden vòòr het dempen van de haven. Ook de strontschepen die de volle giertonnen kwamen laden, zorgden voor overlast met een luchtje. Tot de afsluiting van het Haringvliet in 1970 kende de haven eb en vloed, waardoor het nogal eens voorkwam dat de afgemeerde schepen schuin in de modder lagen. Personeel van smederij Bayens moest voor het monteren van een schroef wachten tot er eb was. Daarna hadden ze zo’n vier uur de tijd om de klus te klaren. Al die tijd stonden ze tot hun knieën in de modder de scheepsschroeven te bevestigen. Aan de buitenzijde van het pand stond een rek met daaraan een groot aantal lieslaarzen die voor de werkzaamheden onontbeerlijk waren. Bij extreem hoog water, gemiddeld zo’n drie keer per jaar bij een noordwester storm, liepen de kaden onder waardoor ook de woningen aan het Heereplein te maken kregen met wateroverlast. Met schotten en zandzakken probeerden de bewoners hun huizen tegen het hoge water te beschermen, hetgeen echter nooit helemaal lukte. Na weer een overstroming in 1965 begonnen de plannen tot demping van de haven steeds meer vorm te krijgen. In 1970 begon men hieraan en een jaar later was het karwei geklaard.
De herinrichting van de haven, en dan met name het deel tussen het Spant en de Donge waar onder andere een speelse waterpartij moet komen, werd door de gemeenteraad goedgekeurd. Deze circa 20 à 30 centimeter diepe en 200 meter lange waterbak moet een herinnering zijn aan het binnenvaartverleden van Raamsdonksveer, ooit een thuishaven van zo’n 65 schippers die eigenaar waren van een schip met een laadvermogen van minimaal tien ton. Voor velen een redelijk alternatief, aangezien het uitgraven van de oude haven financieel onhaalbaar bleek te zijn. Totdat Piet de Peuter namens de SVP met succes een motie indiende omdat de ‘waterbak’ te duur zou zijn. Dezelfde personen die begin december 2020 het ‘havenplan’ inclusief waterpartij hadden goedgekeurd, stemden nu met zoals gesteld ‘weinig historisch besef’ voor de motie, waardoor deze met 10 tegen negen stemmen werd aangenomen. Het college van B&W wil tegen het raadsbesluit in toch dat de waterpartij er komt. Ondanks gebrek aan historisch besef is er dankzij de plaatselijke politici wederom geschiedenis geschreven.
In 1887 waren er in Raamsdonksveer drie werven, die vooral actief waren op het gebied van reparatie, onderhoud en nieuwbouw van schepen. Er voeren in dat jaar 1280 schepen met een totale inhoud van 49.000 ton rivier de Donge op en af. Aan havengeld incasseerde de gemeente in 1887 ƒ 688, 03 aan havengeld en de Oude Melkhaven in Raamsdonk ƒ 57,- De onderhoudskosten van de beschoeiingen en overig onderhoud bedroegen dat jaar in totaal ƒ 641,91. De Veerse haven liep van de Donge tot het Heereplein. Tot driemaal toe werd de haven gedeeltelijk gedempt (ingekort), waardoor het Heereplein ontstond, totdat de haven in 1970/71 helemaal gedempt werd. In 1908 bestond de Koninklijke Harmonie ‘De Eendracht’ zestig jaar. Ter ere van dat jubileum kreeg de harmonie van de inwoners van Raamsdonksveer een cadeau aangeboden: een kiosk ofwel een open, ronde muziektent. Deze werd geplaatst voor de huidige Hema, een plek die toen nog Havenplein heette, omdat tot daar de Veerse haven lag. De kiosk was een mobiel model, die werd opgebouwd in de lente en afgebroken in de herfst. Burgemeester Prinssen was het op- en afbreken op een gegeven moment zat en stelde in 1949 dat hij een kiosk op een vaste plek wilde. Deze kiosk, waarvan de onderbouw als het ware boven het water ‘zweefde’, werd op 30 april 1951 feestelijk geopend. Ruim een halve eeuw later werd de kiosk op initiatief van Veers Erfgoed en met ondersteuning van diverse plaatselijke ondernemers grondig gerestaureerd en op 20 april 2008 wederom feestelijk in gebruik genomen.
Er waren aan de haven veel bedrijven gevestigd, waaronder smederij van Johannes Bayens. Later namen zijn drie zonen Harry, Jan en Koos, de smederij over en begonnen er een scheeps-machinefabriek met als specialisatie scheepslieren en later de reparatie van schroefassen. In 1918 startte Ad van der Sluijs aan de haven met een fietsenhandel. Als nevenverdienste bezorgde hij in de regio op de fiets petroleum. Al snel stonden voor de deur twee benzinepompen. Onder leiding van zijn zonen Jo en Gerrit van der Sluijs ontwikkelde het bedrijfje zich in Geertruidenberg tot de grootste onafhankelijke handelaar in minerale oliëm van Nederland. Verder waren een hoepelmakerij, de zand- en grinthandel van Lodewikus en de zoutziederij en leerlooierij van Dolf van Seters aan de Veerse haven gevestigd. In het pand waar nu de sportschool van Cees Arendse is gevestigd, zat toen de banketfabriek van Piet Brocx. Ook tal van ambachtslieden vonden een werkplek aan de haven. Ze persten er hooi uit de Biesbosch of werkten in de zeilmakerij. Veel bewoners missen al die bedrijvigheid in het centrum van Raamsdonksveer nog steeds enorm en blijven de demping van de haven een enorme blunder vinden.
Tekst: Jan Hoek
Bronnen: Raamsdonk en Raamsdonksveer ten tijde van weleer, 1995 Vèrse Hoeven;
Bedrijvig Raamsdonksveer, 2010 uitgave Veers Erfgoed.